Er zijn twee soorten behandelingen mogelijk bij heupartrose. Eerst probeert je arts of orthopeed of je klachten verminderen zonder operatie. Dat heet een niet-operatieve behandeling. Blijf je toch klachten houden? Dan is een operatie waarbij een arts een heupprothese plaatst vaak de enige oplossing.
De informatie op deze pagina is gecontroleerd door leden van onze Medische Adviesraad.
Welke niet-operatieve behandelingen zijn er?
Het plaatsen van een heupprothese is een ingrijpende operatie. Daarom probeert een arts altijd eerst of je klachten overgaan of minder worden met een andere behandeling. Bijvoorbeeld met pijnstillers of fysiotherapie.
Oefentherapie
Er zijn verschillende soorten therapieën waarbij je met oefeningen probeert je gewricht weer soepeler en sterker te maken. Een fysiotherapeut kan je helpen bij het goed en veilig bewegen van je gewricht. Met oefeningen maak je je bilspier bijvoorbeeld sterker, zodat je je heupgewricht beter kunt belasten. Ook train je je houding en je manier van lopen. Welke oefeningen en therapie het beste passen, verschilt per persoon.
Een speciale vorm van fysiotherapie is hydrotherapie. Daarbij doe je spierversterkende oefeningen in een warmwaterbad. In het water belast je je gewrichten minder en de warmte helpt je te ontspannen.
Ook kun je kiezen voor oefentherapie Cesar-Mensendieck. Bij deze therapie staat vooral je lichaamshouding centraal. Je leert een gezonde houding aan en hoe je beter en soepel kunt bewegen.
Als je heupartrose hebt, kun je twaalf behandelingen bij de fysiotherapeut of oefentherapeut vergoed krijgen uit de basisverzekering. Hier heb je geen verwijzing voor nodig. Je betaalt dit wel van je eigen risico, als dat nog niet op is.
Podoposturale therapie (inlegzolen)
Bij podoposturale therapie gebruik je speciale inlegzooltjes om je houding aan te passen. Hoewel deze therapie niet wetenschappelijk bewezen is en het de artrose niet verhelpt, hebben sommige mensen baat bij deze zooltjes.
Op de website van Stichting Loop kun je een podoposturaal therapeut bij jou in de buurt zoeken. Kies het liefst voor een therapeut die ook fysiotherapeut is. Die heeft een bredere opleiding gehad.
Pijnstilling
Je kunt je pijnklachten ook behandelen met pijnstillers. Veel pijnstillers kun je tegenwoordig gewoon bij de drogist kopen, maar het is verstandig om met je huisarts of orthopeed te overleggen welke medicatie je het beste kunt nemen en in welke dosering. Zij kunnen je ook medicatie voorschrijven. Slik je langdurig pijnstillers? Dan is het altijd goed om met je arts te overleggen of dat geen kwaad kan!
Je start meestal met paracetamol. Is dat niet genoeg? Dan kun je ook ontstekingsremmende pijnstillers (NSAID’s) zoals ibuprofen of diclofenac nemen. Bij gebruik van NSAID’s kan het verstandig zijn om een maagbeschermer te gebruiken. Bespreek dit met je arts.
Helpt dit niet genoeg tegen je pijnklachten? Dan kun je in overleg met je arts kiezen voor een opiaat als pijnstiller, bijvoorbeeld morfine of een variant daarop. Let op: dit zijn sterke pijnstillers met bijwerkingen. Het is niet goed om deze langere tijd te gebruiken.
Gaan je klachten niet over? Overleg dan altijd met je arts.
Injecties
Een andere mogelijke niet-operatieve behandeling is het gebruik van injecties om klachten te verminderen. Let op: injecties kunnen je klachten tijdelijk verminderen, maar zijn geen oplossing voor de lange termijn!
Bij injecties kun je denken aan hyaluronzuur of corticosteroïden. Voor de eerste stof is er geen wetenschappelijk bewijs dat het werkt. Artsen geven corticosteroïden meestal tegelijk met een pijnstiller. Dit noemen ze ook wel een marcaïnisatie.
Deze injecties werken pijnstillend en ontstekingsremmend. Het onderdrukt de irritatie vanuit het heupgewricht. Als een arts twijfelt of je klachten uit het heupgewricht komen, kan zo een injectie ook helpen om de diagnose te bevestigen.
Meestal geeft je arts je maar één keer injecties met corticosteroïden. Ook is het advies om na een injectie ten minste zes maanden geen prothese te laten plaatsen. Je hebt dan meer kans op infecties.
Hoe lang dit soort injecties effect hebben, verschilt per persoon. Bij de een werkt het maar een beetje, bij de ander werkt het een aantal maanden.
Tot slot hoor je ook steeds meer over stamcelinjecties. Hier doen wetenschappers onderzoek naar, maar er is nog weinig bekend over de resultaten bij heupproblemen. In Nederland gebruiken artsen deze methode niet bij heupklachten, omdat er nog niet genoeg bewijs is dat het werkt. De zorgverzekering vergoedt deze methode ook niet.
Kraakbeentransplantatie
Wetenschappers doen veel onderzoek naar kraakbeentransplantaties, vooral bij knieproblemen. Misschien kan het voor sommige problemen met het kraakbeen in de heup ook een rol spelen. Om dat zeker te weten, is nog meer onderzoek nodig.
Wat is een kunstheup?
Werken de behandelingen zonder operatie niet of niet goed genoeg? Dan is vaak de enige andere optie een kunstheup. Dat heet ook wel een totale heupprothese of THP. Tijdens een operatie worden dan de kop en de kom van je heupgewricht vervangen door een prothese.
Een kunstheup bestaat uit meerdere delen. Een arts plaatst een steel in je bovenbeen. Hier komt de kop van de prothese op. De arts plaatst in je bekken de kom van de prothese. Bij sommige protheses bestaat de kom uit twee delen. Dan plaatst een arts een metalen kom in je bekken. In die kom komt een zogenaamde ‘inlay’ van gehard plastic (polyethyleen) of keramiek.
Als je heup een afwijkende vorm heeft, is het soms nodig om bij het plaatsen van een prothese een reconstructie te doen. De arts gebruikt dan bijvoorbeeld botsnippers om de vorm van je eigen kom te verbeteren. Zo kan de kom van de prothese beter geplaatst worden.
Er zijn veel verschillende soorten heupprotheses én manieren om ze te plaatsen. Je arts geeft meestal aan welke prothese en operatietechniek deze aanraadt. Dat baseert je arts op de behandelrichtlijnen en onderzoek, maar ook op zijn of haar persoonlijke ervaring en kunde. Daarom heeft elke arts een specialisatie als het gaat om het plaatsen van een prothese.
Heb jij een voorkeur voor een andere techniek? Maak dan een afspraak bij een arts die gespecialiseerd is in die techniek. Je kunt je arts vragen om je naar een collega door te verwijzen of zelf op zoek gaan naar een andere arts.
Krijg je in Nederland een heupprothese? Dan staat die prothese sinds 2007 in de Landelijke Registratie Orthopedische Interventies (LROI). Dat levert veel informatie op over de soorten prothese die worden gebruikt, de manier waarop ze worden geplaatst en welke mensen een heupprothese krijgen. Ook komt er steeds meer informatie over de levensduur.
Welke benaderingen zijn er om een kunstheup te plaatsen?
Er zijn verschillende manieren om een kunstheup of heupprothese te plaatsen. Dit noemt men de benadering. De meest gebruikte noemen we hieronder.
Voorste of anterieure benadering
De voorste benadering wordt steeds populairder. Het is een relatief nieuwe operatiemethode waarbij de spieren zoveel mogelijk opzij worden geschoven. De arts plaatst de prothese via de voorkant van je been in de heup. Artsen plaatsen ongeveer 40 tot 45% van alle heupprothesen op het moment op deze manier.
Het voordeel van deze benadering is dat in de meeste gevallen je in de eerste periode na de operatie wat sneller herstelt. Ook is met de voorste benadering de kans kleiner dat je heup na de operatie uit de kom schiet. Een nadeel is dat deze techniek niet voor iedereen geschikt is: als je heel gespierd bent of veel overgewicht hebt, kom je hier niet voor in aanmerking.
Zijwaartse of laterale benadering
Bij deze techniek plaatst de arts de prothese via de zijkant van de heup. De kans dat je heup na de operatie makkelijk uit de kom schiet, is klein. Je hebt wel weer wat meer kans op een zenuwbeschadiging van de zenuw naar de bilspier. Daardoor kun je een beetje mank gaan lopen. Artsen gebruiken deze benadering het minst (ongeveer 10% van de operaties).
Achterste of posterolaterale benadering
De arts plaatst de kunstheup bij deze benadering via de achterkant van het heupgewricht. Dit is op dit moment de meest gebruikte techniek, samen met de voorste benadering. De achterste benadering geeft een arts een goed overzicht van het heupgewricht. Artsen gebruiken deze benadering veel bij reconstructies en revisies van heupprotheses. Bij deze benadering is het risico dat de heup uit de kom schiet in de eerste tijd na de operatie wat groter.
Elke arts een eigen specialisatie
Het is belangrijk om te weten dat alle drie de technieken goed werken. De één is niet beter dan de andere. Het is vooral belangrijk dat de techniek zo goed mogelijk uitgevoerd wordt. Daarom zal een arts die alleen gespecialiseerd is in de achterste benadering je niet opereren via de voorste benadering en andersom.
Wil je toch een andere benadering dan waar jouw arts in gespecialiseerd is? Dan moet je op zoek naar een arts die daarin is gespecialiseerd. Je kunt je arts vragen je daarnaar te verwijzen of zelf op zoek gaan.
Welke typen prothese zijn er allemaal?
Heb je een kunstheup nodig? Dan kan een arts verschillende typen protheses gebruiken. Het belangrijkste verschil zit in het materiaal en hoe de arts de prothese vastzet. Een kunstheup is gemaakt van staal of titanium met onderdelen van gehard kunststof (polyethyleen) of keramiek. Je arts bepaalt welk type prothese deze gebruikt.
Protheses worden ingedeeld volgens de ODEP-benchmark. De protheses die in Nederland worden gebruikt, hebben volgens hun benchmark allemaal goede resultaten voor ten minste 5, 7 of 10 jaar.
Materialen
Bij de eerste protheses was de kop van de prothese van metaal en de kom van polyethyleen, een soort plastic. Later kwamen er ook protheses met een keramische kop en kom. De gedachte was dat er dan minder kans is op slijtage van de prothese. Nadelen van de combinatie van een keramische kom en kop kunnen zijn dat deze breken en dat ze bij sommige mensen piepen. Dat kan natuurlijk vervelend zijn. In de Richtlijn Totale heupprothese (THP) staat dat een keramische of metalen kop en een polyethyleen kom het beste zijn.
Hoe wordt een prothese vastgezet?
Een heupprothese kan op twee manieren worden vastgemaakt in het bot: met of zonder cement.
Gecementeerde prothese
Bij deze methode maakt de arts de heupkom en de steel van de prothese met botcement vast aan het bot. Dit cement maken ze tijdens de operatie en moet dan tien minuten uitharden. Zo zit de prothese muurvast in het bot.
Ongecementeerde prothese
De arts klemt een ongecementeerde prothese in het bot. De prothese groeit daarna vast in het bot.
Hybride prothese
Bij een hybride prothese zet de arts de steel met botcement vast in het bovenbeenbot. De kom plaatst deze ongecementeerd.
Resurfacing-prothese
Eerder kon je ook kiezen voor een resurfacing-prothese: een speciale prothese voor actievere jongeren. Deze prothese bestaat uit een metalen kop én een metalen kom. Deze methode gebruiken artsen in Nederland inmiddels niet meer, omdat de kans op complicaties te hoog is. In het buitenland gebruiken artsen deze prothese soms nog wel, maar Nederlandse zorgverzekeraars vergoeden dit niet. Ontstaan er complicaties uit zo’n operatie? Dan wordt de behandeling daarvan ook niet vergoed.
Wat als je niet blij bent met je dokter of een second opinion wilt?
Heupklachten kunnen veel impact hebben op je leven. Het is daarom belangrijk dat je je veilig en goed voelt bij je arts. Soms is dat niet zo, bijvoorbeeld omdat je je niet gehoord voelt.
Vertrouwen in je arts
Als iets voor jou niet goed voelt, is het belangrijk om dat met je arts te bespreken. Je arts moet jou informeren over de behandeling en jij moet je arts alle benodigde informatie geven. Vertel en vraag daarom zoveel mogelijk. Denk niet ‘Dit vraag ik maar niet, want dat is dom’. Domme vragen bestaan niet en je arts weet niet waar jij mee zit.
Ook als je alles overlegt, kan het zijn dat je je niet goed voelt bij je arts. Omdat het belangrijk is dat je vertrouwen hebt in je arts en in de behandeling, is het soms beter om naar een andere arts te gaan. Je kunt je arts vragen of deze je kan verwijzen naar een collega of samen met je huisarts een andere arts zoeken.
Second opinion aanvragen
Heb je na de uitleg van je arts nog vragen over je diagnose of een behandeling? Dan is een second opinion misschien een optie. Bij een second opinion geeft een tweede arts hun mening over de diagnose of het behandelplan van je arts. Je hebt recht op een second opinion. Je arts moet je daarvoor doorverwijzen, tenzij er goede redenen zijn om dat niet te doen.
Vind je het lastig om dit met je arts te bespreken? Hou dan in gedachten: het aanvragen van een second opinion betekent niet dat je je eigen arts geen goede arts vindt. Een operatie kan moeilijk voor je zijn, dus het is heel begrijpelijk als je daar een tweede mening over wilt horen.
Na de second opinion kom je weer terug bij je eigen arts om de mening van de tweede arts te bespreken. En om het behandelplan misschien aan te passen.
Belangrijk om te weten: het kan zijn dat de tweede arts een andere behandeling voorstelt dan je eigen arts. Je kunt de artsen dan vragen met elkaar te overleggen over een nieuw behandelplan. Het is aan jou bij welke behandeling je je het beste voelt. Zorg daarom dat je vooraf goed nadenkt: waarom wil je een second opinion? Spreek niet te veel verschillende artsen. Hoe meer meningen je hoort, hoe moeilijker het is om een keuze te maken.
Hoe gaat revalidatie na een kunstheup?
Iedere revalidatie is anders. Hoe jouw revalidatie verloopt, is afhankelijk van je persoonlijke situatie, hoe de operatie verlopen is, of er een reconstructie is uitgevoerd en natuurlijk van het advies van je arts. De één mag meteen weer bijna alles doen, terwijl een ander misschien het advies krijgt om de eerste weken de heup beperkt te belasten. Na de operatie ga je met een fysiotherapeut werken aan je houding, looppatroon en spierkracht. In het ziekenhuis krijg je informatie over wat het beste is in jouw situatie.
Is de wond droog? Dan mag je op krukken het ziekenhuis verlaten. In het ziekenhuis leren ze je al hoe je het beste met krukken kunt lopen. Moet je thuis een trap op? Dan leer je dat ook in het ziekenhuis voor je naar huis gaat. Daarna ga je meestal zelf aan de slag met een fysiotherapeut om verder te oefenen en zo snel mogelijk te revalideren!
Welke complicaties kunnen optreden bij een heupprothese?
Bij iedere operatie kunnen complicaties optreden. Ook bij heupprotheses. Denk bijvoorbeeld aan infecties of een kans dat je heup uit de kom schiet. Of je daadwerkelijk last krijgt van complicaties, kun je van tevoren moeilijk inschatten. Daar moet je ook een beetje geluk voor hebben!
Deze complicaties komen voor:
- Infectie: 1%
- Luxatie (heup uit de kom): 1%
- Zenuwletsel: <0,5%
- Beenlengteverschil
- Liespijn
Mag je autorijden na een heupprothese-operatie?
Heb je een kunstheup gekregen? Dan mag je meestal weer autorijden als je je heup volledig kunt belasten en goede controle hebt over het geopereerde been. Je arts vertelt je bij een controle of je vanuit medisch oogpunt weer mag autorijden.
Voor de wet is dat net wat strenger. Ook al voel je zelf dat je gewoon kunt autorijden, je bent vaak niet verzekerd als je nog een aantoonbare functiebeperking in je heup hebt. Heb je nog hulpmiddelen nodig bij het lopen (bijvoorbeeld een kruk, stok of rollator)? Of heb je nog weinig kracht in je been of kun je het niet goed gebruiken? Dan zien verzekeringen dat als een functiebeperking.
Pas als je jouw been weer net zo goed (of beter) kunt bewegen als voor de operatie, mag je weer legaal de weg op. Heb je een blijvende beperking aan je been? Dan moet je een Gezondheidsverklaring indienen bij het CBR en zullen zij beoordelen of je nog mag autorijden.
Kun je te jong zijn voor een kunstheup?
Leeftijd is niet de belangrijkste voorwaarde om te kiezen voor een kunstheup (of niet). Je klachten zijn belangrijker. Als je nog jong bent, is het meestal verstandig om alle niet-operatieve mogelijkheden te proberen.
Een heupprothese gaat bij jonge mensen korter mee dan bij oudere patiënten. Heb je op jonge leeftijd een kunstheup? Dan heb je in de toekomst zeker één of meerdere operaties nodig om de kunstheup te vervangen. Het is belangrijk dat je in ieder geval uitgegroeid bent als de arts een kunstheup plaatst.